Wetenschappelijke informatie

Wat is epigenetica?

 

 

Epigenetica betekent letterlijk ‘rondom het DNA’. Nog preciezer gaat het om de ‘markeringen’ rondom het DNA die genen aan en uit kan zetten. Die markeringen zelf veranderen en lijken overerfbaar. De naam epigenetica is in 1942 bedacht door de Engelse bioloog Conrad Waddington.

Zijn idee was dat ervaringen en leefomstandigheden van een organisme zijn erfelijke aanleg kunnen beïnvloeden. Het voorvoegsel ‘epi’ komt uit het Grieks en staat voor iets dat boven of achter de genetica ligt. Ik had een uitgebreid podcast interview met Désirée Goubert over epigenetica [link onderin].

Désirée doet promotieonderzoek in het UMC Groningen naar epigenetica. Ik interviewde haar voor mijn podcast [link onderin voor de podcast en transcriptie van ons gesprek]. Zij definieert epigenetica als volgt: ‘Epigenetica is eigenlijk een laag die bovenop het DNA een extra controle daarover uitoefent, dus het is nog kleiner dan die DNA-laag al is.

Wat is een voorbeeld? Kinderen die als baby in de baarmoeder van vrouwen zaten die de hongerwinter hebben overleefd, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van overgewicht.

 

 

Definitie epigenetica

De definitie van epigenetica is ‘de studie naar de uitwerking van genen op de ontwikkeling van een organisme’. Dat gaat dus niet alleen om de uitwerking van genen in je eigen leven, maar ook in die van je kinderen en kleinkinderen, zoals het eerder genoemde voorbeeld laat zien.

In zijn boek The biology of belief gaat Bruce Lipton nog een stap verder [link onderin]. Volgens hem is het centrale dogma (oftewel het primaat van DNA) dat de informatiestroom maar één richting kent: van het DNA naar het RNA en naar het eiwit. Het DNA is het langetermijngeheugen van de cel. RNA is het actieve geheugen dat door de cel als actieve mal wordt gebruikt bij het synthetiseren van eiwitten. Eiwitten zijn de moleculaire bouwstenen die de structuur en het gedrag van de cel bepalen. Eerder schreef ik een uitgebreid artikel over genetica, met meer uitleg over de opbouw van DNA en RNA [link onderin].

Epigenetica is volgens Bruce Lipton de ‘nieuwe wetenschap’. Dit gaat om het primaat van de omgeving en niet meer het oude primaat van DNA. De kern is dat informatie het biologisch functioneren bestuurt. Dat begint met signalen uit de omgeving die op hun beurt de binding van regulerende eiwitten aan het DNA besturen. Regulerende eiwitten dirigeren de activiteit van genen.

 

Ziekte epigenetica

Epigenetica draait om hoe je set aan genen tot uiting komt en de invloed die omgevingsfactoren daarop hebben. Wat zijn die omgevingsfactoren? Dat zijn dingen zoals roken, stress, sporten, het dag- en nachtritme en bewegen. De omgeving kan de werking van genen activeren of uitschakelen.

Zo hebben wetenschappers vastgesteld dat epigenetische mechanismen een factor zijn bij een verscheidenheid van ziekten, waaronder kanker, hart- en vaatziekten en diabetes. Zij zeggen dat maar in 5% van de gevallen de ziekte aan erfelijkheid kan worden toegeschreven [link onderin].

Een ander interessant onderzoek komt uit 2015. Wetenschappers van Stanford University kwamen er achter dat 75% van de variaties in het immuunsysteem van identieke tweelingen (die dus hetzelfde genoom delen) het gevolg was van invloeden uit de omgeving [link onderin]. Denk aan blootstelling aan microben, toxinen, dieet en vaccinaties. De onderzoeksleider Mark Davis zegt daarover: ‘De omgevingsfactoren overschaduwen de invloed van de meeste erfelijke factoren’.

Epigenetica onderzoek

In principe verandert het DNA niet als dit wordt doorgegeven en gecombineerd met een partner naar de volgende generatie. Toch gebeurt dit af en toe wel. Zo werd in 2014 een onderzoek gepubliceerd [link onderin]. Hierin kregen ratten een pijnlijk stroomstoot als ze een bepaalde geur roken. De ratten ontwikkelden al snel een reactie om de geur te vermijden en om zichzelf te beschermen.

Dit zorgde voor zo’n sterke reactie, dat dit tot een blijvende aanpassing zorgde in een van de genen van het DNA. Namelijk nadat de ratten zich hadden voortgeplant, hadden de net geboren ratten net zo’n sterke reactie op de geur als hun vaders.

 

Ervaringen kunnen ook worden doorgegeven in het DNA

Maar, nu komt de crux: ze hadden niet hetzelfde experiment ondergaan en hadden ook geen contact gehad met hun vaders. Sterker nog: dit gold ook voor de kinderen van de kinderen. De conclusie van de onderzoekers was daarmee dat deze reactie zich heeft ingeprent in de genen die kunnen worden doorgegeven.

Eerder, in 2004, hadden onderzoekers van de McGill University in Montreal (Canada) hetzelfde geconstateerd als het gaat om de opvoeding van rattenmoeders [link onderin]. Ze hadden dit gevalideerd door de hersenen van de ratten te onderzoeken. De slechte opvoeding had een markering achtergelaten, in de buurt van het gen voor de glucocorticoïden receptor. Deze receptor speelt een belangrijke rol in het reguleren van stressreacties in het lichaam.

Conclusie: ervaringen kunnen ook worden doorgegeven in het DNA.

De werking bij mensen is complexer. De reden dat epigenetica bij mensen moeilijker aan te wijzen en te wijzigen is, is omdat het leven van een mens die niet te meten en controleren valt zoals die van een rat in laboratoriumopstelling.

 

Bronvermelding:

 

Neem voor meer informatie contact met ons op
provider@haaranalyse.nl